Garnaal, Texas, Sint

 

Elk kind hoort op een gegeven moment van zijn ouders waarom hij zo heet. En ook waar die naam vandaan komt. “Uit een namenboekje,” was het antwoord in mijn geval. Geen vernoemingen naar opa’s en oma’s, of verre voorouders. Mijn grootvader was daar overigens wel van overtuigd. Niemand begrijpt vanuit welke kronkel hij redeneerde, maar hij vond dat mijn tweede naam (Rogier) naar hem was vernoemd (Roelof). 


Ook werd ik niet vernoemd naar een idool. Geen Vincent, naar Van Gogh, of een John, naar de voorzanger van The Beatles waar mijn moeder van hield. De naam Piet had voor de hand gelegen, aangezien mijn opa Gerrit schilder was en wij woonden in het dorp waar ook Mondriaan opgroeide.

Uit een boekje gekozen, als ware het een menu. Ze vonden het gewoon een mooie naam, wel met een betekenis: man van het volk. "Het komt uit het Germaans,” vertelde mijn moeder. 
Op school leerde ik dat een zekere Germaanse volksman toch meer een dictatoriale volksmenner was die miljoenen Joden de dood in had gejaagd. Wat bezielden hen om mij in 1976 deze associatie mee te geven? Het bleek zich vooral in mijn hoofd af te spelen, zij hadden zich daar nooit schuldig aan gemaakt.

 

De wandel door mijn leven liet zich keer op keer bevestigen door de betekenis van mijn naam: een sociaal en maatschappelijk geëngageerd jongeman. “Je doet je naam eer aan,” werd er gezegd.  Toen ik Social Work  studeerde en later daarin werkte, was dat alleen maar een bevestiging daarvan.

 

Jarenlang nam ik voor waar aan wat mijn ouders mij hierover vertelden. Waarom zou ik überhaupt twijfelen, ik was er immers niet bij geweest toen het boekje op de keukentafel werd bestudeerd.

Man van het volk, Germaans, uit een boekje. Punt.

 

En toen kwam het internet met haar zoekmachines. Na het vinden van een Deens kinderbeddenmerk, het Texaanse stadje dichtbij Austin, een garnalensoort en een computerspel, kwam ik uit bij de Griekse mythologie:  een jongen bedrijft de liefde met een priesteres. Elke nacht zwemt hij de rivier over, waar zij met een fakkel hem op staat te wachten. Tijdens een storm waait de fakkel uit en Leander verdrinkt.

Weer een andere bron spreekt over het Latijn voor ‘man uit het volk’ (niet van het volk, dus). Mijn moeder heeft toch gelijk, zij het dat de volksstam elders verkeerde!

 

Tenslotte is daar het de heilige van het Spaanse Sevilla: Sint Leander, de voormalig aartsbisschop van die stad. Saillant detail: Leanders ‘naamdag’ (elke heilige heeft er eentje) is 27 februari, twee dagen voor mijn verjaardag.

 

Van Germaanse man van het volk was mijn naam verworden tot stiekeme minnaar van een Griekse priesteres en aartsbisschop van een Spaanse stad.

Zoek ik nu spijkers op laag water, of past deze naam mij naadloos? Van kinds af aan ben ik geïnteresseerd in de klassieke oudheid: mythologie, Egyptenaren, Romeinse Rijk.

De bezoekjes aan Rome en Athene staan nog steeds vers in mijn geheugen, archeoloog of leraar geschiedenis worden stond hoog op mijn lijstje, terwijl ik uitblonk in kunstgeschiedenis. En zoals Sint Leander het geloof in God aanhing, doe ik dat ook. De kerk was een periode zelfs mijn betaalde werkgever. Dat hebben mijn ouders dus best slim uitgekozen!